Je loopband toont de snelheid in km/u, maar je hardloopschema werkt met minuten per kilometer. En als je op een wandelband onder je bureau loopt, wil je weten wat 4 km/u eigenlijk betekent voor je stappenteller. Loopbandsnelheid berekenen is simpeler dan het klinkt.
Met drie basisformules vertaal je elke instelling op het display naar een tempo dat je direct kunt vergelijken met je trainingsschema of dagelijkse stappendoel.
Het verschil tussen tempo (pace) en snelheid op een loopband
Snelheid en tempo worden vaak door elkaar gehaald, maar ze drukken iets anders uit. Snelheid geeft aan hoeveel kilometer je per uur aflegt en wordt weergegeven in km/u. Tempo geeft aan hoeveel minuten je over één kilometer doet en wordt uitgedrukt in min/km. In het Engels heet dat pace.
Op de meeste loopbanden zie je snelheid in km/u op het display. Hardloopschema's en wedstrijdvoorbereidingen werken juist bijna altijd met tempo in min/km.
Waarom dat verschil ertoe doet? Stel: je loopt 9 km/u en denkt dat het rustig is. Maar omgerekend is dat een tempo van 6:40 min/km. Dat is voor de meeste recreatieve lopers al een behoorlijk pittig tempo om lang vol te houden.
De drie formules om loopband snelheid te berekenen
Om de snelheid op je loopband te berekenen heb je maar drie formules nodig, en ze zijn allemaal verbonden aan elkaar.
- Tempo (min/km) = 60 ÷ snelheid (km/u)
- Snelheid (km/u) = 60 ÷ tempo (min/km)
- Afstand (km) = snelheid (km/u) × tijd (in uren)
Een voorbeeld: je loopband staat op 8 km/u. Je tempo is dan 60 ÷ 8 = 7:30 min/km. Andersom: staat er een tempoblok van 5:00 min/km in je schema? Dan zet je de loopband op 60 ÷ 5 = 12 km/u. Meer heb je in de basis niet nodig.
Loopband snelheid berekenen in de praktijk
In de praktijk bereken je de snelheid op je loopband het vaakst tussen km/u en min/km. Op alle loopbanden in ons assortiment zie je de snelheid in km/u op het display, terwijl de meeste hardloopschema's werken met min/km. Hieronder de twee meest voorkomende berekeningen.
Van km/u naar min/km omrekenen
Het omrekenen van km/u naar min/km doe je door 60 te delen door de snelheid. Stel je loopband staat op 9 km/u. Je tempo is dan 60 ÷ 9 = 6:40 min/km.
Nog een paar voorbeelden: bij 6 km/u is je tempo 10:00 min/km (stevig wandelen), bij 10 km/u precies 6:00 min/km en bij 14 km/u loop je op een tempo van 4:17 min/km. Dat laatste is een wedstrijdtempo waar veel lopers maanden voor trainen.
Van min/km naar km/u omrekenen
Wil je min/km omrekenen naar een loopbandsnelheid in km/u? Stel: in je hardloopschema staat een duurloop op 6:30 min/km. Dan is de berekening: 60 ÷ 6,5 = 9,2 km/u. De meeste loopbanden werken in stappen van 0,1 of 0,5 km/u, dus rond je af naar 9,0 of 9,5 km/u.
Bij 6:00 min/km zet je de loopband op 10,0 km/u, bij 5:00 min/km op 12,0 km/u en bij 4:30 min/km op 13,3 km/u. Het patroon is steeds hetzelfde: deel 60 door je tempo en je hebt de juiste instelling.
De helling van je loopband heeft invloed op hoe zwaar een bepaald tempo voelt. Bij 0% helling voelt lopen op de loopband iets lichter aan dan buiten, omdat je geen tegenwind hebt en de band deels onder je doortrekt.
Meest voorkomende snelheden omrekenen voor op de loopband
Met deze omrekentabel zie je in één oogopslag welk tempo bij welke snelheidsinstelling op de loopband hoort. De 5 km en 10 km tijden geven je een concreet idee van wat elke snelheid in de praktijk betekent.
| Snelheid (km/u) | Tempo (min/km) | Tijd over 5 km | Tijd over 10 km |
| 4 | 15:00 | 1:15:00 | 2:30:00 |
| 5 | 12:00 | 1:00:00 | 2:00:00 |
| 6 | 10:00 | 50:00 | 1:40:00 |
| 7 | 8:34 | 42:51 | 1:25:43 |
| 8 | 7:30 | 37:30 | 1:15:00 |
| 9 | 6:40 | 33:20 | 1:06:40 |
| 10 | 6:00 | 30:00 | 1:00:00 |
| 11 | 5:27 | 27:16 | 54:33 |
| 12 | 5:00 | 25:00 | 50:00 |
| 13 | 4:37 | 23:05 | 46:09 |
| 14 | 4:17 | 21:26 | 42:51 |
| 15 | 4:00 | 20:00 | 40:00 |
| 16 | 3:45 | 18:45 | 37:30 |
| 18 | 3:20 | 16:40 | 33:20 |
Wandel je liever op een rustiger tempo? Onze wandelbanden bereiken snelheden tot 6 km/u, wat neerkomt op een tempo van 10:00 min/km. Voor hardlooptrainingen bieden onze loopbanden snelheden tot 18 km/u.
Veelgemaakte fouten bij loopband snelheid berekenen
Als je loopband snelheid berekent, is de meest voorkomende fout verwarring tussen punt en dubbele punt in de notatie. 5.15 en 5:15 zijn niet hetzelfde: 5.15 als decimaal betekent 5 minuten en 9 seconden (0,15 × 60 = 9), terwijl 5:15 vijf minuten en vijftien seconden is. Let hier goed op als je tempo's uit een schema overneemt.
Nog een valkuil voor wie apps als Strava gebruikt: snelheid wordt daar soms in mph (miles per hour) weergegeven. Onthoud dat 1 mijl 1,609 km is. Een tempo van 8 mph is dus geen 8 km/u, maar 12,9 km/u.
Probeer tot slot niet te precies te trainen op cijfers. Je loopband maakt snelheid heel constant, maar je lichaam reageert anders dan een machine. Check naast het display ook je ademhaling en hartslag.
Zeker bij intervaltrainingen is gevoel soms een betere graadmeter dan de getallen op het scherm. Wil je meer weten over het opbouwen van training? Lees dan ook ons artikel over afvallen met de loopband.
Stel je loopband goed in
Nu je weet hoe je loopband snelheid berekent, kun je elke training nauwkeurig instellen. Met de juiste snelheid en een helling van 1% haal je meer uit elke sessie, thuis of op kantoor.
Wil je weten welke loopband bij jouw trainingsdoel past? Bekijk ons complete assortiment loopbanden en vind het model dat bij jouw tempo past. Van wandelbanden voor onder je bureau tot hardloopbanden die 18 km/u aankunnen, en je probeert ze 30 dagen gratis uit.